In dit hoofdstuk staan de financiële bijstellingen met betrekking tot het sociaal ontwikkelbedrijf, Veilig thuis, Lokaal maatschappelijke opvang en de organisatie van Zorg en Welzijn. Voor een deel van deze knelpunten verwachten we te kunnen bijsturen via het nemen van maatregelen. We verwachten na bijsturingsmaatregelen dat er een knelpunt van € 2,6 miljoen structureel overblijft.
We vragen aandacht voor de organisatie van Zorg en Welzijn
In de jaarrekening 2025 is er een bedrijfsvoeringstekort van ongeveer € 2 miljoen. Hieraan ten grondslag ligt zowel tijdelijke overcapaciteit als inhoudelijke bedrijfsvoeringsproblemen die moeten worden opgelost. In dit hoofdstuk zijn maatregelen om de overcapaciteit grotendeels op te lossen opgenomen. Daarnaast is er een inhoudelijk verbeterplan nodig voor de bedrijfsvoering van Zorg en Welzijn. In dit verbeterplan moeten alle opgaven en knelpunten in kaart worden gebracht. Op de organisatie van de jeugdhulp zitten de grootste knelpunten en uitdagingen. Dit gaat vooral om kwaliteit, aansturing en uitvoeringskracht. Dit plan is nog niet gereed en maakt geen onderdeel uit van deze Voorjaarsnota. Er is hierdoor ook een capaciteitsprobleem, al tonen benchmarks aan dat de capaciteit in normale omstandigheden ongeveer voldoende zou moeten zijn. Omdat er geen financiële ruimte is voor investeringen zullen er binnen de bedrijfsvoering keuzes moeten worden gemaakt. We hebben voor de organisatie jeugdhulp daarom een risicoreservering opgenomen van € 0,6 miljoen om tijdelijke investeringen te doen. Dit geld kan pas worden aangesproken als er een verbeterplan ligt met concrete maatregelen.
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Organisatie Zorg en Welzijn | -2.000 | -1.700 | -1.700 | -1.700 | -1.700 |
Maatregelen organisatie zorg en welzijn | 600 | 1.100 | 1.300 | 1.400 | 1.400 |
lokaal maatschappelijke opvang | -400 | -400 | -400 | -400 | -400 |
Bijsturen kosten lokaal maatschappelijke opvang | 400 | 400 | 400 | 400 | 400 |
Veilig thuis | -1.300 | -1.300 | -1.300 | -1.300 | -1.300 |
exploitatietekort sociaal ontwikkelbedrijf | -2.000 | -1.500 | -1.000 | ||
Invulling bezuiniging Huishoudelijke Ondersteuning | |||||
invullen algemene taakstelling Zorg en welzijn | |||||
totaal | -2.700 | -1.900 | -3.700 | -3.100 | -2.600 |
Bedrijfsvoering afdeling Zorg en Welzijn
In de jaarrekening 2025 heeft de afdeling Zorg en Welzijn een bedrijfsvoeringstekort van ruim € 2 miljoen. De belangrijkste knelpunten zijn hogere kosten uitvoeringskosten Wmo (consulenten) en tijdelijke overcapaciteit. Het knelpunt bedraag structureel € 1,7 miljoen. Hieronder geven we inzicht in de knelpunten en de korte termijn maatregelen.
Maatregelen organisatie zorg en welzijn
We verwachten door maatregelen te nemen structureel € 1,4 miljoen te kunnen bijsturen. Er blijft dan een structureel knelpunt over van € 0,3 miljoen. Omdat de maatregelen tijd nodig hebben is het tekort 2026 groter, namelijk € 1,4 miljoen.
bedragen x € 1.000
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|
Hogere kosten Wmo | -850 | -850 | -850 | -850 | -850 |
Kostenbesparende maatregelen | 400 | 550 | 550 | 550 | 550 |
Ingroeien autonome groei | 100 | 200 | 300 | 300 | |
Tijdelijk knelpunt Wmo | -450 | -200 | -100 | 0 | 0 |
Overcapaciteit en taakstelling inhuur | -950 | -850 | -850 | -850 | -850 |
Reservering frictiekosten | -200 | -2.000 | -1.500 | -1.000 | |
Kostenbesparende maatregelen | 200 | 450 | 550 | 550 | 550 |
Knelpunt overcapaciteit | -950 | -400 | -300 | -300 | -300 |
Organisatieknelpunt na maatregelen | -1.400 | -600 | -400 | -300 | -300 |
Op de uitvoeringskosten van de Wmo verwachten we structureel volledig te kunnen bijsturen. De kostenbesparende maatregelen zijn gericht op de afvloeiing van personeel dat (binnenkort) niet meer werkzaam of productief is. Deze capaciteit wordt niet vervangen. Het is dan wel nodig om binnen de bedrijfsvoering te sturen op onder andere het hoge ziekteverzuim om de werkdruk aan te kunnen.
Daarnaast wordt het uitvoeringsbudget jaarlijks met € 0,1 miljoen verhoogd voor de groei van de stad. De verwachting is dat door efficiënter en anders te werken, onder andere via AI, er geen extra personeel hoeft te worden aangenomen voor de groei van de stad. Als de maatregelen volledig worden doorgevoerd past de uitvoering van de Wmo vanaf 2029 weer binnen het budget.
Verder is sprake van tijdelijke overcapaciteit en is er, als gevolg van de bezuinigingen op de organisatie, een taakstelling op de inhuur. De tijdelijke overcapaciteit was noodzakelijk om langdurige ziekte en aanstaande pensioneringen binnen de leiding van Z&W op te vangen. Dit is onder meer gerealiseerd door vervanging en incidentele versterking ter ondersteuning van jeugd- en bedrijfsvoeringsactiviteiten, de vervanging van langdurig arbeidsongeschikte medewerkers en een periode van dubbelbezetting bij medewerkers die met pensioen gaan, ten behoeve van een goede overdracht.
In de loop van dit jaar wordt naar verwachting met circa zes medewerkers afscheid genomen. Dit zijn medewerkers met tijdelijke contracten, medewerkers die met pensioen gaan en medewerkers die langdurig ziek zijn. Deze functies worden niet opnieuw ingevuld. We verwachten dat dit deels mogelijk is zonder directe gevolgen voor de uitvoeringskracht, omdat deze medewerkers niet of slechts beperkt productief zijn. Tegelijkertijd zullen er keuzes gemaakt moeten worden in prioritering en de uitvoering. Er blijft dan nog een knelpunt van € 0,3 miljoen structureel over.
lokaal maatschappelijke opvang
Bij de jaarrekening 2025 is er een extra nadeel van € 0,5 miljoen op de lokaal maatschappelijke opvang. Dit komt vooral door aanvullende afspraken waarvoor geen budget is. Door de kosten van de schakelteams te verlagen blijft er een tekort van € 0,4 miljoen over in 2026 als activiteiten worden voortgezet.
Bijsturen kosten lokaal maatschappelijke opvang
Om binnen de begroting te blijven is er een bezuiniging opgelegd van € 0,4 miljoen.
De maatregelen die genomen kunnen worden zijn bijvoorbeeld: later of geen uitvoering nieuwe taak suïcide preventie, taakstelling op trainingshuizen, geen maatwerk meer (zoals opvang Doenersdreef) en onderzoek of kosten regionaal kunnen worden betaald. Dit moet nog worden onderzocht. Financieel ligt er de opdracht om ook in 2026 binnen het budget te blijven
Veilig thuis
In het regionaal Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein van 18 maart 2026 is besloten om een subsidie van € 12,3 miljoen te verstrekken aan Veilig thuis. Binnen de begroting is rekening gehouden met een lager bedrag. Hierdoor ontstaat een tekort van 1,3 miljoen. Om beter inzicht te krijgen in de kostenopbouw van de begroting Veilig thuis gaan we in 2026 een kostprijsonderzoek uitvoeren. De uitkomsten van het onderzoek worden meegenomen bij de begroting 2027. Daarnaast willen we in 2026 afspraken met Veilig thuis en lokale verwijzers om de komende jaren het aantal meldingen naar beneden te krijgen. Dit zou op termijn ook moeten leiden tot lagere kosten van Veilig thuis. Daarnaast zetten wij in op het verlagen van het aantal (her)meldingen), waardoor de kosten omlaag gaan. Omdat dit geen harde besparingen zijn waarvan de opbrengst onzeker is zijn de kosten structureel opgenomen.
Als dit knelpunt moet worden opgelost, betekent dit een korting op de financiering van Veilig Thuis van ruim € 2 miljoen. Almere is 63% van de regio. Veilig thuis moet het dan met 15 a 20 fte minder doen. Afspraken over de begroting Veilig Thuis worden samen gemaakt met de andere gemeenten in Flevoland.
exploitatietekort sociaal ontwikkelbedrijf
Ons Sociaal werkbedrijf Tomin leidt al enkele jaren verlies. Het verlies is tot nu toe binnen het eigen vermogen van Tomin opgevangen. De verwachte verliezen voor 2026 en 2027 zijn echter zo groot dat het eigen vermogen ontoereikend is om dit volledig op te kunnen vangen. De gemeenten hebben zich daarom garant gesteld voor de tekorten. Hiervoor is in het weerstandsvermogen een reservering opgenomen.
Verder hebben wij een toekomstvisie op onze sociale infrastructuur vastgesteld. We willen uiterlijk in 2028 een eigen sociaal ontwikkelorganisatie opzetten. De uitwerking hiervan en voorbereiding voor de definitieve besluitvorming loopt nog. Wel is duidelijk dat dit om extra structurele middelen vraagt. Als de nieuwe organisatie er in slaagt om in lijn met het branche-gemiddelde te presteren, dan is er al sprake van een operationeel verlies van € 0,5 miljoen. Hier komen dan nog de negatieve subsidieresultaten op de Wsw- en beschut werken doelgroepen bij. Deze laatste posten laten zich nu nog moeilijk inschatten, maar zullen vanaf 2028 nog een extra fors nadeel gaan opleveren. Wij stellen daarom voor om in 2028 uit te gaan van € 2 miljoen hogere kosten. In de jaren daarna laten we de kosten met telkens € 0,5 miljoen teruglopen naar € 0,5 miljoen structureel in 2031.
Opgemerkt wordt dat de bedragen nog kunnen wijzigen. Dit moet inhoudelijke en organisatorische worden uitgewerkt in een businesscase. Verder zal dit proces ook om incidentele transitiemiddelen vragen. De omvang hiervan is nu nog niet in te schatten.
Invulling bezuiniging Huishoudelijke Ondersteuning
Momenteel wordt er met aanbieders gesproken over de aanpassing van het pakket en tarief van de huishoudelijk ondersteuning. Er ligt nu een voorstel voor gefaseerde verlaging van het aantal uren in het pakket inclusief tariefsaanpassing waarmee de bezuiniging kan worden ingevuld. De aanbieders moeten nog reageren. Het nieuwe pakket en tarief moet vanaf 1 juni 2026 ingaan. Het college moet dit tarief uiterlijk in mei vaststellen.
invullen algemene taakstelling Zorg en welzijn
Bij de Programmabegroting 2026 is een algemene taakstelling van € 0,3 miljoen neergelegd op Z&W. Hiervoor wordt nu een invulling voorgelegd:
• Tijdelijk wordt de taakstelling ingevuld door vrij IZA-budget in te zetten door een deel van de kosten van de Praktijkondersteuners Huisartsen uit de IZA subsidie te betalen.
• Verder verwachten we € 0,1 miljoen ruimte binnen de lokale Wmo budgetten onder andere door meer gebruik van deelscootmobielen.
Structureel wordt een besparing van € 0,3 miljoen verwacht op de niet-gecontracteerde jeugdzorg. Door strakker te sturen op inzet van gecontracteerde aanbieders kan het volume aan niet-gecontracteerde zorg worden teruggebracht. Daarnaast leidt de lagere tariefstelling tot een daling van de kosten. Samen zorgt dit voor een structurele besparing van € 0,3 miljoen per jaar.
