Voorjaarsnota

Financiële bestuurlijke inleiding

Financiële bestuurlijke inleiding

De voorjaarsnota is terug van weggeweest

De gemeenteraad heeft in januari 2026 de financiële verordening vastgesteld. In deze verordening staat dat we vanaf 2026 weer een voorjaarsnota aan de raad aanbieden. Dit is dus weer de eerste voorjaarsnota. Het doel van een voorjaarsnota is om de raad te informeren over de actuele financiële situatie, maar ook om de raad te consulteren over voornemens, die vervolgens in de begroting worden verwerkt. Op deze wijze wordt de raad betrokken voordat alles ‘in beton gegoten is’.

De voorjaarsnota verschijnt in een periode waarin een nieuwe coalitie wordt gevormd. Daarom geven we in deze voorjaarsnota vooral een beeld van:

  • de huidige financiële situatie, op basis van de eerste financiële kwartaalrapportage 2026 die onderdeel is van deze Voorjaarsnota.
  • een korte beschrijving van vier grote beleidsmatige uitdagingen voor de komende vier jaar.

Deze voorjaarsnota is beleidsarm, omdat er op dit moment coalitieonderhandelingen gaande zijn. Het college zal daarom pas in de Programmabegroting 2027-2030 aangeven waar de prioriteiten de komende jaren komen te liggen.

Daarnaast komen we in deze voorjaarsnota terug op een toezegging uit de programmabegroting 2026 om te komen met een investeringsplan en hoe we deze willen vullen met winstafdrachten uit het grondbedrijf. Over dit onderwerp willen we graag met u van gedachten wisselen, zodat we daarna één en ander kunnen uitwerken in de programmabegroting.

Landelijke coalitieakkoord

Eind januari is het landelijke coalitieakkoord "Aan de slag" gepresenteerd door D66, CDA en VVD en op 23 februari 2026 is het minderheidskabinet aangetreden. Dit coalitieakkoord heeft geen directe gevolgen voor het begrotingsresultaat van de gemeente Almere. Gemeenten krijgen er via het gemeentefonds geen geld bij, maar er zijn ook geen extra bezuinigingen op het gemeentefonds aangekondigd. We krijgen waarschijnlijk wel extra geld, maar hiertegenover zullen extra taken staan. Hieronder lichten we een aantal onderwerpen toe. 

Geen extra geld voor de jeugdhulp

De kosten van de jeugdhulp moeten ook volgens het coalitieakkoord worden verlaagd door de beperking van de reikwijdte van de Jeugdwet en het terugdringen van jeugdhulp naar het voorliggende veld in het sociaal domein. Deze richting sluit aan op de hervormingsagenda jeugd, maar er komt geen extra geld. Dit is strijdig met het advies van de commissie Van Ark. De komende tijd moet blijken of het nieuwe kabinet (samen met VNG en partners) passende maatregelen gaat nemen om de kosten te verlagen of gemeenten op andere wijze tegemoet zal komen.

Tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken

Om chronisch zieken tegemoet te komen in hun zorgkosten wordt landelijk jaarlijks structureel € 350 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten. Deze compensatie lijkt beleidsmatig tegenover de afschaffing van de aftrek specifieke zorgkosten te staan. Met andere woorden: de mogelijkheid om zorgkosten in aftrek te nemen op de te betalen inkomstenbelasting verdwijnt. Voor de financiële ondersteuning van chronisch zieken komt een aparte regeling/wet die gemeenten gaan uitvoeren.

Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet

Mensen die dat kunnen gaan zelf betalen voor hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo 2015 wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029. Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien. Landelijk wordt hiermee vanaf 2029 jaarlijks € 435 miljoen bespaard. Eventuele financiële consequenties voor gemeenten zijn nog onduidelijk. 

Aanpak armoede en problematische schulden

Er wordt landelijk € 150 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor versterking van de bestrijding van armoede en het verder brengen van een effectieve aanpak en preventie van problematische schulden. Daarnaast wordt in overleg met gemeenten gewerkt aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen, zodat men kan rondkomen ongeacht de postcode. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker.

Bouwen wordt gestimuleerd

Voor het stimuleren van het bouwen van betaalbare woningen wordt voor de periode jaarlijks landelijk € 1 miljard beschikbaar gesteld. Welke financiële gevolgen dit voor Almere heeft, is nog niet bekend. In het coalitieakkoord worden gemeenten wel veel genoemd om belemmeringen in de regeldruk weg te nemen. Onder andere door het schrappen van bezwaarprocedures en het versoepelen en versimpelen van wetten en regels. Daarnaast wordt aangegeven dat gemeenten die hun woningbouwdoelen overtreffen worden beloond, en gemeenten die achterblijven worden ondersteund. Op welke wijze is nu nog niet duidelijk.

Klimaat en energie

Het coalitieakkoord houdt vast aan de bestaande klimaatdoelen, maar verhoogt de middelen voor gemeenten niet. Dit raakt vooral de warmtetransitie, de aanpak van energiearmoede, verduurzaming van wijken en het uitvoeren van warmtenetten. Ook blijft onduidelijk hoe gemeenten moeten omgaan met netcongestie, omdat de nationale regie toeneemt maar lokale uitvoerbaarheid niet is uitgewerkt.

Onderwijs

Voor investeringen in het onderwijs stelt het kabinet structureel € 1,5 miljard beschikbaar. Het geld is bedoeld voor het terugdraaien van de bezuinigingen, het regionaal investeringsfonds middelbaar beroepsonderwijs, het verbeteren van kwaliteit, meer leraren voor de klas, versterken van de Inspectie, investeringen in onderzoek en wetenschap, en aan de koopkracht van studenten. Gemeenten worden specifiek genoemd bij de investeringen in de rijke schooldag en voor- en vroegschoolse educatie via de gemeentelijke onderwijsachterstandsmiddelen. Specifieke bedragen worden hierbij nog niet genoemd. Het geld is in ieder geval niet bedoeld voor onderwijshuisvesting en duurzaamheidsinvesteringen in gebouwen.

Bovenstaande ontwikkelingen zijn financieel nog niet verwerkt in deze voorjaarsnota, omdat ze nog niet concreet genoeg zijn. Bij de tweede kwartaalrapportage van 2026 zullen we beter weten wat de gevolgen voor de gemeente Almere zullen zijn. Dan hebben we namelijk de meicirculaire van het Rijk ontvangen. Hierin staat beschreven wat de financiële gevolgen voor gemeenten zijn vanuit de voorjaarsnota van het Rijk.

Toezegging uit de begroting 2026: een investeringsreserve

In de begroting hebben wij beloofd om bij de voorjaarsnota met een voorstel voor een investeringsreserve te komen. Dit komt voort uit de wetenschap dat de stad de komende jaren nog flink zal doorgroeien. De afgelopen periode is er weinig geïnvesteerd in maatschappelijke voorzieningen. Binnen de algemene dienst is hiervoor niet genoeg geld beschikbaar. Daar komt nog bij dat we, door het ouder worden van de stad, de komende jaren steeds meer van ons vastgoed moeten vervangen.

In de programmabegroting is hierover het volgende gezegd:
“We stellen voor om voor de komende raadsperiode uit de afdracht uit de grondexploitatie elk jaar geld te storten in een investeringsreserve. Vanuit deze reserve willen we dan gemeentelijke investeringen in maatschappelijke voorzieningen bekostigen. Hiermee ontlasten we onze begroting, investeren we in de lange termijn voor onze stad en houden we onze voorzieningen op peil. Bij de investeringen, die we uit deze reserve willen betalen, denken we ook aan vervangingsinvesteringen. Veel van onze gebouwen zijn bijna afgeschreven. We gaan in kaart brengen welke vervangingsinvesteringen er de komende 10 jaar nodig zijn. Dit kunnen scholen zijn, maar ook andere belangrijke gemeentelijke voorzieningen.
Ook willen we kijken hoe we de afdracht kunnen inzetten voor stedelijke vernieuwing en onze woningbouwambities in de toekomst. We verwachten dit plan voor de verkiezingen aan u te kunnen aanbieden.”

Voor deze opgaven zouden we een gemeentebrede investeringsreserve kunnen inrichten, zodat we nu al geld opzij zetten voor toekomstige investeringen. Dit draagt bij aan het bouwen en versterken van de complete stad.  We denken daarbij aan de volgende besteding:

1. Stedelijke ontwikkeling ten behoeve van een complete stad

Om als stad te kunnen groeien en daarmee ook de verwachte winsten te kunnen realiseren, zijn investeringen in stedelijke ontwikkeling nodig. We werken aan een complete stad. Dat doen we voor een belangrijk deel in de projecten zelf, bijvoorbeeld door het realiseren van betaalbare woningen en het ontwerpen van aantrekkelijke wijken (groen-blauw karakter). Winst die daarna overblijft kan worden ingezet voor noodzakelijke investeringen die niet aan individuele projecten zijn toe te rekenen (bovenwijkse voorzieningen), zoals bereikbaarheid of het stadsweteringpark. Ook zullen we de komende jaren moeten voorinvesteren om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en van de grond te krijgen.
Uit onze eerste inventarisatie blijkt dat we voor stedelijke ontwikkeling van bijvoorbeeld het centrum en voor stadsvernieuwing in Haven en Buiten mogelijk tot € 150 miljoen nodig hebben. Een deel hiervan verwachten we te kunnen dekken met externe bronnen, maar duidelijk is dat we ook zelf een groot deel zullen moeten dekken.

2. Maatschappelijke investeringen ten behoeve van een complete stad

Naast fysiek-ruimtelijke investeringen zijn ook investeringen in voorzieningen nodig. We zijn daarom ook bezig met een inventarisatie te maken van de benodigde maatschappelijke voorzieningen, die nodig zijn als de stad verder groeit. Voor Almere Centrum is de inventarisatie gereed. Het gaat alleen al voor dit deel van de stad om een bedrag van € 150 miljoen tot 2050. We verwachten dat er voor de hele stad nog veel meer nodig is.

3 .Vervangingsinvesteringen gemeentelijk vastgoed ten behoeve van een complete stad

Ook de bestaande stad moet leefbaar blijven, ondanks dat deze ouder wordt. Voor de vervanging van ons vastgoed hebben we tot 2050 ongeveer € 700 miljoen nodig. Voor ruim € 400 miljoen gaat het om vervanging van oude schoolgebouwen in de jaren 2032 tot 2050. We willen daarom ook voor maatschappelijke voorzieningen en vervangingsinvesteringen van ons vastgoed gaan sparen. Dit kan via een nieuw in te stellen gemeentelijke investeringsreserve.

U kunt bij de begroting 2027 besluiten nemen over een investeringsreserve

We leggen deze denkrichting nu aan u voor. U kunt hierover desgewenst bij de Programmabegroting 2027 besluiten nemen. De formele vaststelling van beide fondsen vindt eventueel plaats door middel van aparte raadsvoorstellen of via de programmabegroting. Bij deze voorstellen hoort een bestedingsplan, een voorstel voor de governance, een dekkingsplan etc. De feitelijke investeringsbesluiten kunnen via de programmabegroting of via losse raadsbesluiten worden genomen. In alle gevallen beslist u als raad hierover.

Voeding van de fondsen uit winstafdracht grondexploitatie

Binnen de algemene dienst is niet genoeg geld beschikbaar voor al deze investeringen. Daarom overwegen we een reserve te voeden vanuit verwachte winstafdrachten uit de grondexploitaties. Dit is een trendbreuk met de huidige situatie, waarbij we de winst als eerste in de algemene reserve storten.
We gaan daarbij indicatief uit van in totaal € 120 miljoen in de komende vijf jaar. Dit is een overzichtelijke termijn. Er zijn ook nog aanvullende dekkingsbronnen nodig, en er moeten ook keuzes worden gemaakt. We onderzoeken ook of we het Fonds Verstedelijking Almere voor een deel van deze investeringen kunnen inzetten.
Winsten zijn naar hun aard onzeker, storting vindt dus pas plaats zodra deze winsten gerealiseerd zijn en er voldoende geld in de buffer zit. Met dit voorstel beogen we:

  • Te werken aan een complete(re) stad
  • Vaart te houden in de stedelijke ontwikkeling
  • De algemene dienst/algemene middelen te ontlasten van kapitaallasten
  • De stad duurzaam (voor een periode van 40 jaar) completer en financieel gezonder te maken.

Als bijlage bij de voorjaarsnota hebben wij een eerste opzet van het investeringsplan. U krijgt dan een beeld van de investeringsopgave voor zover we die nu in beeld hebben. Ook doen we een voorzet voor de inzet winstafdracht uit de grondexploitatie.

Winst van grondexploitaties gebruiken voor investeringen is horizonfinanciering

In de ideale wereld betalen we onze investeringen met structureel geld uit het gemeentefonds, zodat er in de toekomst ook budget is voor vervanging. Maar, zoals u ook in deze voorjaarsnota kunt lezen, ontbreekt het ons nu al aan genoeg geld om de begroting sluitend te maken. We staan dan voor de keuze om geen investeringen te doen, omdat we niet genoeg structurele inkomsten hebben, of om de winstafdracht van de grondexploitatie hiervoor te gebruiken. Wij adviseren u daarom om toch te kiezen voor het inzetten van eenmalige winsten, maar wel pas nadat deze gerealiseerd zijn. Investeringen gaan lang mee, over het algemeen ongeveer 40 jaar. Door opbrengsten uit grondverkopen te gebruiken voor het betalen van deze investeringen, profiteert de stad dus 40 jaar lang van deze tijdelijke inkomsten. Daarmee vinden wij het niet de meest ideale oplossing, maar wel de meest haalbare langdurige oplossing om noodzakelijke investeringen toch te kunnen realiseren.

Als we niet voor deze dekkingswijze kiezen zijn forse bezuinigingen of inkomstenverhogingen nodig om voor deze investeringen ruimte in de begroting vrij te maken. Deze maatregelen komen bovenop de noodzakelijke bezuinigingen of inkomstenverhogingen van ongeveer € 10 miljoen om de begroting sluitend te maken.

Deze pagina is gebouwd op 05/26/2026 10:33:22 met de export van 05/26/2026 09:20:31