Voorjaarsnota

Financiële actualisatie begroting

In deze risicogroep presenteren we de wijzigingen die ontstaan doordat de samenstelling van onze bevolking verandert. Dit kwartaal gaat het vooral om de gewijzigde scholenplanning.

Ook ramen we de extra uitgaven en inkomsten door de groei van de stad. We noemen dit 'autonome groei'. In deze kwartaalrapportage ramen we de groei van onze uitgaven van 2030 ten opzicht van 2029. De effecten hiervan zijn verwerkt onder het kopje toevoegen nieuwe jaarschijf en autonome groei 2030.

bedragen x € 1.000

omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

actualisatie onderwijshuisvesting

529

401

903

894

-616

toevoegen nieuwe jaarschijf en autonome groei 2030

2.500

totaal

529

401

903

894

1.884

Actualisatie onderwijshuisvesting

bedragen x € 1.000

omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

fasering

586

323

827

925

573

indexatie

nieuwe investeringen

-161

-1.316

overige bijstellingen

-57

78

76

130

127

totaal

529

401

903

894

-616

We stellen twee keer per jaar de planning voor onderwijshuisvesting bij, namelijk bij de eerste en derde financiële kwartaalrapportage. Dan actualiseren en indexeren we de bestaande kredieten en nemen we nieuwe investeringen op als dat nodig is. De indexatie betalen we uit de beschikbare loon- en prijsbudgetten. De indexatie bestaat uit 6,5% voor de bouwkosten en 2,6% voor de eerste inrichting. Deze percentages liggen hoger dan dat wij vanuit het Rijk ontvangen. In deze rapportage zijn de volgende bijstellingen opgenomen:

1. Fasering. De planning van de scholenbouw is voor een aantal projecten gewijzigd:
a) Tijdelijke onderwijshuisvesting (TOH) Nobelhorst. De vertraging komt door de keuze voor het huren in plaats van verplaatsing en daarbij is er vertraging in de kaveltoewijzing en vergunningverlening.
b) Sporthal Almere Haven. De vertraging ontstaat door het vergunningentraject, de aanbesteding van de bouw en nutsaansluitingen.
c) 4e en 5e fase Nobelhorst. De vertraging ontstaat door uitstel van de woningbouw waardoor de scholen later nodig zijn.

Het uitstellen van deze investeringen levert een incidentele meevaller op van € 3,1 miljoen in de perspectiefperiode. Hier staat een structureel nadeel tegenover omdat elk jaar dat deze investering vertraagt we het krediet ook extra moeten indexeren. In 2030 is de structurele indexatie € 0,45 miljoen. Vertraging leidt dus tot duurdere scholen.

2. Nieuwe investeringen.
a) Brede buurtschool (BBS) Noord Kinderopvang. Er zijn ondertekende afspraken met betrokken partijen. Het bouwkrediet van € 2 miljoen zal in de komende worden terugverdiend met huurpenningen van het kinderdagverblijf.
b) Meergronden. Er is sprake van toename van leerlingen waardoor het bouwkrediet opgehoogd moet worden met € 4,7 miljoen.
c) 4e en 5e fase Nobelhorst. Naast de fasering is het nodig om het bouwkrediet voor de school op te hogen met € 0,7 miljoen per school voor een extra lokaal voor de zogenaamde 'instroomgroep' (4 jarigen die tijdens het schooljaar instromen)
d) Almere Haven. De Klaverweide, de Regenboog en de Sterrenzee. Vanuit het Integraal huisvestingsplan (IHP) voor nieuwe scholen zijn de volgende 3 scholen in Almere Haven nodig om vervangende nieuwbouw te realiseren. Wij ramen het benodigde investeringskrediet op € 22,5 miljoen. Dit kost € 1 miljoen structureel. Deze drie scholen vallen onder de schoolbesturen Prisma en ASG. De scholen worden in 2031 opgeleverd, waardoor de kapitaallasten pas vanaf 2032 zichtbaar zouden worden. Om deze kosten wel onderdeel te laten zijn van de besluitvorming hebben we dit bedrag nu in 2030 opgenomen, later wordt dit naar achteren verschoven.

Autonome groei 2030

bedragen x € 1.000

omschrijving

2026

2027

2028

2029

2030

a. gemeentefonds

28.124

b. onroerende zaakbelasting

985

c. reserveren voor loon- en prijsstijgingen

-19.969

d. volumegroei jeugdhulp

-2.178

e. volumegroei Wmo

-1.098

f. vervangingsinvesteringen openbare ruimte

-1.249

g. beheer en onderhoud en schoonhouden stad

-746

h. maatschappelijke voorzieningen

-527

i. overige onderdelen autonome groei

-842

totaal

2.500

In deze kwartaalrapportage ramen we voor het eerst de uitgaven van het begrotingsjaar 2030. Doordat het aantal inwoners en woningen in Almere groeit nemen onze inkomsten en kosten ook toe. Dit noemen we autonome groei.

In de tabel hierboven is te zien dat het gemeentefonds met ruim € 28 miljoen toeneemt en de onroerende zaakbelasting met ongeveer € 1 miljoen. Hiervan reserveren we bijna € 20 miljoen voor de loon en prijsstijgingen (regel c). Een bedrag van € 6,6 miljoen gebruiken we om de groei van de stad te betalen. Onder aan de streep blijft er € 2,5 miljoen over. Dit valt vrij ten gunste van het perspectief. Vorig jaar was de toename van de inkomsten in 2029 ten opzichte van 2028 precies genoeg om de loon en prijsstijgingen en de autonome groei te betalen. De reden dat we nu geld overhouden komt met name doordat de toename van de inkomsten vanuit het gemeentefonds in 2030 ten opzichte van 2029 hoger zijn dan vorig jaar.

De onderdelen groter dan € 0,5 miljoen lichten we hieronder kort toe. In de bijlage van deze kwartaalrapportage zijn alle onderdelen van de autonome groei opgenomen met daarbij ook de berekeningen en uitgangspunten.

a. gemeentefonds
In 2030 ontvangen we vanuit het gemeentefonds € 28,1 miljoen meer aan inkomsten ten opzichte van 2029. Dit is € 4 miljoen meer dan de toename in 2029 ten opzichte van 2028. Dit komt met name doordat we in 2030 meer volumeaccres ontvangen.

b. onroerende zaakbelasting
Deze inkomsten nemen met bijna € 1 miljoen toe doordat we verwachten dat het aantal woningen en bedrijfspanden toeneemt in 2030.

c. reserveren voor loon en prijsstijgingen
Door de stijging van lonen en prijzen nemen onze inkomsten en kosten toe. Omdat wij begroten op het prijspeil 2026 reserveren wij het benodigde budget voor de loon en prijsstijgingen voor 2027 en verder op een centrale plek binnen onze begroting. We reserveren € 20 miljoen voor de stijging van de lonen en prijzen. Dit is voor de eigen ambtelijke organisatie en voor al onze externe partners. Dit bedrag baseren we op landelijke indexcijfers.

d. volumegroei jeugdhulp
Net als voorgaande jaren houden we rekening met een volumegroei van 1,5% voor de jeugdhulp. Voor 2030 wordt daarom € 2,2 miljoen aan de budgetten toegevoegd. In de afgelopen jaren hebben we echter gezien dat deze 1,5% niet voldoende is. In het adviesrapport van de commissie van Ark wordt onder andere dit ook bevestigd en wordt aangegeven dat de landelijke volumegroei 4,7% is. Dit blijft voor ons een aandachtspunt.

e. volumegroei Wmo
De budgetten voor de Wmo laten we meegroeien met het aantal inwoners van de stad en dan specifiek het aantal oudere inwoners van de stad. Dit is een bedrag van € 1,1 miljoen.

f. vervangingsinvesteringen openbare ruimte
In de openbare ruimte staan objecten (zoals bijvoorbeeld lantaarnpalen en bruggen) die op termijn vervangen moeten worden. Zodra we een object vervangen of een nieuw object plaatsen betalen we hiervoor afschrijvingslasten en rente. Voor 2030 verwachten we dat deze zogenaamde kapitaallasten toenemen met € 1,2 miljoen.

g. beheer en onderhoud en schoonhouden stad
Omdat de stad groeit nemen de kosten van beheer en onderhoud toe. Ook voor het schoonhouden van de stad nemen de kosten toe. Gezamenlijk gaat dit om € 0,7 miljoen in 2030.

h. maatschappelijke voorzieningen
Bij de programmabegroting 2025 is afgesproken om jaarlijks € 0,5 miljoen te reserveren voor de realisatie van maatschappelijke voorzieningen.

i. overige onderdelen autonome groei
Dit betreffen diverse kleinere onderdelen waarvoor autonome groei wordt toegepast voor de jaarschijf 2030. Gezamenlijk gaat dit om € 0,8 miljoen.

Deze pagina is gebouwd op 05/26/2026 10:33:22 met de export van 05/26/2026 09:20:31