Het saldo van baten en lasten is op dit programmaonderdeel als volgt:
bedragen x € 1 miljoen
onderdeel | beïnvloedbaarheid | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|
Leefkwaliteit | 50% tot 75% beïnvloedbaar | 3,1 | 1,3 | 0,4 | 0,4 |
|---|
Duurzaamheid | volledig beïnvloedbaar | 6,8 | 6,5 | 6,5 | 6,5 |
|---|
CDOKE-middelen | volledig beïnvloedbaar | -6,5 | -6,2 | -6,2 | -6,2 |
|---|
Energietransitie | volledig beïnvloedbaar | 6,6 | 4,5 | 4,4 | 4,4 |
|---|
totaal | | 10,0 | 6,1 | 5,1 | 5,1 |
|---|
Activiteit Leefkwaliteit – structureel € 0,4 miljoen
Met dit geld betalen we personeel. Deze medewerkers schrijven beleid en adviseren op verschillende onderwerpen, zoals ecologie, klimaatadaptatie (hittestress) en water. Het gaat dan bijvoorbeeld over verkeer en vervoer, parkeren en wonen. Voor veel onderwerpen is beleid niet wettelijk verplicht. We kunnen minder (vaak) beleid maken, of dit mogelijk gecombineerd met andere beleidsfuncties zoals Wonen en Mobiliteit. Een besparing van bijvoorbeeld 50% levert € 0,2 miljoen op.
Activiteit Duurzaamheid – structureel € 6,5 miljoen, waarvan € 6,2 miljoen gedekt uit CDOKE
Met dit geld betalen we vooral personeel. Deze medewerkers schrijven beleid en adviseren op verschillende onderwerpen, zoals ecologie, klimaatadaptatie (hittestress) en water. Het gaat dan bijvoorbeeld over verkeer en vervoer, parkeren en wonen. Voor de wettelijke klimaattaken ontvangen we een rijksbijdrage (CDOKE). In 2026 ontvangen we € 6,5 miljoen subsidie. In de jaren 2027-2030 zullen we ongeveer € 6,2 miljoen ontvangen. Deze bijdrage ontvangen we voor de wettelijke taken. Hierbinnen vallen wel keuzes te maken. We betalen ook nog € 0,3 miljoen uit de algemene middelen. Dit is voor beleid dat niet wettelijk verplicht is.
bedragen x € 1 miljoen
soort kosten | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|
inkoopkosten | 2,7 | 2,7 | 2,7 | 2,7 |
|---|
personeel | 4,1 | 4,1 | 4,1 | 4,1 |
|---|
Bijstelling kosten | | -0,3 | -0,3 | -0,3 |
|---|
subsidieontvangst | -6,5 | -6,2 | -6,2 | -6,2 |
|---|
totaal | 0,3 | 0,3 | 0,3 | 0,3 |
|---|
We kunnen minder (vaak) beleid maken, bijvoorbeeld door alleen de verplichte taken te doen. Tot en met 2025 kregen we het rijksgeld via een specifieke uitkering, met voorwaarden voor de besteding en verantwoording van het geld. Met ingang van 2026 is de wijze van uitkering gewijzigd. We hebben daardoor meer beleidsvrijheid om zelf te bepalen hoe we dit geld inzetten. Vooralsnog volgen we het VNG-advies om dit geld in te zetten voor de taken uit het klimaatakkoord. We kunnen daarin ook een andere keuze maken.
Activiteit Energietransitie
Via deze activiteit werken we aan versnelling van de energietransitie en de bestrijding van energiearmoede. Met alleen de personele inzet die we financieren uit rijksgeld (zie activiteit Duurzaamheid) halen we onze klimaatambities niet. Hiervoor is ook uitvoerings- en programmageld nodig. Structureel is daarvoor € 4,4 miljoen in de begroting opgenomen uit algemene middelen. Hiervan is € 1,5 miljoen ook voor personeelskosten:
bedragen x € 1 miljoen
soort kosten | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|
inkoopkosten | 6,0 | 4,5 | 3,0 | 3,0 |
|---|
personeel | 1,5 | 1,5 | 1,5 | 1,5 |
|---|
subsidieontvangst | -0,5 | -1,0 | | |
|---|
reserves | -0,2 | -0,4 | | |
|---|
overige kosten | -0,2 | -0,2 | -0,2 | -0,2 |
|---|
totaal | 6,6 | 4,5 | 4,4 | 4,4 |
|---|
Dit gaat om niet-wettelijke taken en is daarmee volledig beïnvloedbaar. Samen met het geld dat we van het Rijk ontvangen hebben we ongeveer € 10 miljoen per jaar beschikbaar. We kunnen zelf kiezen hoeveel we waaraan uitgeven. Dit beleid is een eigen keuze van de gemeente en dus volledig beïnvloedbaar.