Het grondbedrijf zal naar verwachting de komende 10 jaar veel winst kunnen afdragen
I n de Programmabegroting 2026 werd de totale winstpotentie van de lopende grondexploitaties ingeschat op ongeveer € 415 miljoen. Dat leidt gedurende de resterende looptijd van de grondexploitaties, dat is tien jaar, tot afdrachten. Maar er moet nog wel vennootschapsbelasting over worden betaald. En er zijn veel risico's en onzekerheden. Treden die risico’s op, dan zal de afdracht lager uitvallen en ook later worden gerealiseerd. Het is daarom moeilijk in te schatten hoeveel afdracht er op welk moment beschikbaar komt. Wel verwachten we dat deze raadsperiode een substantieel deel van de winsten beschikbaar komt.
We stellen voor om de toekomstige winstafdracht zo in te zetten dat:
- dit nieuwe gebiedsontwikkeling stimuleert, hiermee versnellen we de toekomstige woningbouw;
- we een complete stad bouwen, hiermee versterken de financiële structuur van de stad voor vele jaren.
Dit betekent dat we geld opzij willen zetten voor de ontwikkeling van een completere stad. Het gaat dan om stedelijke ontwikkeling, waaronder stedelijke vernieuwing en bovenwijkse investeringen die nodig zijn om nieuwe woningen te bouwen. Ook willen we dit geld gebruiken voor de realisatie van maatschappelijke voorzieningen, omdat die ook nodig zijn voor een complete en leefbare stad. Bovendien willen we een deel van het geld gebruiken voor noodzakelijke vervangingsinvesteringen. We doen dit alleen als er voldoende zicht is op een structureel sluitende begroting en de financiële buffer/algemene reserve op peil is. Voor de benodigde hoogte van de buffer/algemene reserve houden we de norm aan van € 45 miljoen, zoals die in 2024 door de raad is vastgesteld. U kunt uiteraard deze norm aanpassen.
We boeken de winst vooraf niet in, omdat onzeker is hoeveel winst er wanneer komt
Jaarlijks geven we via het MPGA en de paragraaf Grondbeleid inzicht in de winstverwachting. Dit doen we aan de hand van het (harde) gerealiseerde vermogen en het (zachte) nog te realiseren vermogen. In onze verwachtingen houden we rekening met de risico’s en onzekerheden. Het gaat om veel geld en er zijn veel factoren die van invloed kunnen zijn op de hoogte van de winst en het moment waarop deze beschikbaar komt. Naast algemene macro-economische risico's zijn er ook specifiekere risico's en onzekerheden als netcongestie. Vanuit de al gerealiseerde winst zetten we geld opzij voor deze risico's. Ook houden we er rekening mee dat nog te realiseren winst hierdoor lager kan uitvallen. Ook moeten we geld opzij zetten voor de te betalen vennootschapsbelasting.
We bouwen daarom flexibiliteit in: we willen geen vaste bedragen afspreken en deze alvast inboeken. Wel stellen we voor om regels af te spreken wat te doen met winstafdracht zodra deze beschikbaar komt.
Waar willen we het geld voor inzetten?
Toekomstige winst kan worden ingezet binnen de grondexploitatie en/of binnen de algemene dienst van de gemeente.
- Binnen de grondexploitatie:
We hebben grote woningbouwambities, met een hoog kwaliteitsniveau en plannen die voor een belangrijk deel bestaan uit betaalbare woningen (40-40-20). Ook verwachten we dat er nieuwe bedrijventerreinen nodig zullen zijn. Als we grondexploitaties met een negatief resultaat openen moeten we dat tekort direct hard afdekken, inclusief de bijbehorende risico's. Dat gaat dan direct ten koste van de ruimte voor winstafdracht. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor grondexploitaties zoals: NCCW-locatie in Almere Haven, Pampushout (afhankelijk van programma, bij stopzetten bedragen de kosten € 35 miljoen), Twentsekant of High Tech Campus.
- Binnen de algemene dienst:
Veel kosten mogen we niet direct aan grondexploitaties toerekenen. Bijvoorbeeld als het gaat bovenwijkse investeringen, stedelijke vernieuwing en maatschappelijke voorzieningen. Deze kosten moeten dus via bijvoorbeeld subsidies van derden, kostenverhaal of via de algemene middelen worden afgedekt. Ook hebben we als gemeente nog een grote opgave als het gaat om vervangingsinvesteringen. Bijvoorbeeld als het gaat om onderwijshuisvesting of ander vastgoed van de gemeente. We willen vanuit de winstafdracht hiervoor geld opzij zetten. Dit heeft als voordeel dat we tempo kunnen maken in de gebiedsontwikkeling en investeringsplannen, zonder dat dit de algemene middelen belast. Die ruimte is er op dit moment immers niet.
Voorstel voor nieuwe afdrachtsregels
Op basis van de actualisatie van het MPGA weten we ieder jaar bij de jaarrekening hoeveel winst er beschikbaar is. Bij de begroting maken we hier alvast een inschatting van. Deze winst is na vaststelling van nieuwe grondexploitaties, ook moeten we over de winst vennootschapsbelasting betalen.
We adviseren de beschikbare winstafdracht als in te zetten voor 3 doelen:
- We zorgen ervoor dat de buffer aan het eind van de raadsperiode € 45 miljoen bevat om tegenvallers op te kunnen vangen;
- We sparen gedurende komende 5 jaar € 120 miljoen (streven is € 24 miljoen per jaar) voor bovenwijkse voorzieningen, stedelijke vernieuwing, maatschappelijke investeringen en vervangingsinvesteringen.
- ruimte voor overig nieuw beleid.
Via de Programmabegroting 2027 leggen we afdrachtsregels ter besluitvorming aan u voor. Dit is een trendbreuk met de huidige werkwijze, waarbij we de winstafdracht toevoegen aan onze algemene reserve/buffer.
