Het saldo van baten en lasten is op dit programmaonderdeel als volgt:
bedragen x € 1 miljoen
onderdeel | beïnvloedbaarheid | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|
Onroerendezaakbelasting woningen | volledig beïnvloedbaar | -39,2 | -39.6 | -40,1 | -40,5 |
|---|
Onroerendezaakbelasting niet-woningen | volledig beïnvloedbaar | -33,1 | -33,6 | -34,2 | -34,7 |
|---|
Toeristenbelasting | volledig beïnvloedbaar | -1,7 | -1,7 | -1,7 | -1,7 |
|---|
Reclame en precario inkomsten | 50% tot 75% beïnvloedbaar | -2,3 | -2,1 | -2,1 | -2,1 |
|---|
Dividenden en provisies | 1% tot 25% beïnvloedbaar | -0,6 | -0,6 | -0,6 | -0,6 |
|---|
Algemene uitkering gemeentefonds | niet beïnvloedbaar | -507,0 | -507,0 | -497,0 | -498,0 |
|---|
Apparaat en invordering belastingen | niet beïnvloedbaar | 1,3 | 1,3 | 1,3 | 1,3 |
|---|
totaal | | -582,0 | -583,0 | -574,0 | -576,0 |
|---|
Te zien is dat op het programmaonderdeel ‘Algemene middelen’ het overgrote deel niet beïnvloedbaar is, dit betreffen namelijk de inkomsten vanuit het gemeentefonds welke door het Rijk worden bepaald. Hieronder richten we ons op de activiteiten die wel beïnvloedbaar zijn.
Onroerendezaakbelasting voor woningen en niet-woningen – structureel € 75 miljoen
De gemeenteraad is volledig vrij om het tarief te bepalen van de onroerendezaakbelasting (ozb) voor woningen en niet-woningen. Bij de Programmabegroting 2025 is ervoor gekozen om de Ozb met 7,5% extra te verhogen boven op de reguliere verhoging voor inflatie.
Een extra verhoging van de Ozb voor woningen van 1% boven op de reguliere verhoging voor inflatie welke jaarlijks wordt toegepast levert ongeveer € 400.000 aan extra inkomsten op.
Een extra verhoging van de Ozb voor niet-woningen van 1% boven op de reguliere verhoging voor inflatie welke jaarlijks wordt toegepast levert ongeveer € 350.000 aan extra inkomsten op.
Jaarlijks wordt door het COELO (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) een vergelijking gegeven van de tarieven van de 342 gemeenten in Nederland. Op peildatum 2025 (dus inclusief de extra verhoging van 7,5%) staat Almere op plek 151 voor de Ozb voor woningen. Hierbij wordt gekeken naar de gemiddelde waarde van woningen per gemeente. Dus de Ozb voor woningen is bij 150 gemeenten gemiddeld duurder dan Almere en 191 gemeenten zijn gemiddeld goedkoper dan Almere. Als we alleen kijken naar de 32 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners dan zijn 11 gemeenten duurder dan Almere en 20 gemeenten goedkoper dan Almere.
Voor de ozb voor niet woningen hanteren de meeste gemeenten een tarief voor eigenaren en een tarief voor gebruikers. Als we deze twee tarieven bij elkaar optellen dan staat Almere op plek 49. Dus de ozb voor niet-woningen is bij 48 gemeenten hoger dan Almere en bij 293 gemeenten lager. Als we alleen kijken naar de 32 gemeenten met meer dan 100.000 inwoners dan is het ozb tarief voor niet-woningen bij 12 gemeenten hoger dan Almere en bij 19 gemeenten lager dan Almere.
Toeristenbelasting – structureel € 1,7 miljoen
Als toeristen in Almere overnachten, betalen zij toeristenbelasting. Zij betalen een vergoeding van 7% van de kamerprijs per overnachting. Dit zijn overnachtingen in hotels, bed- en breakfast, campings en ligplaatsen in jachthavens. Bij de Programmabegroting 2025 is het tarief voor de toeristenbelasting vanaf 2025 verhoogd van 5% naar 7%. Deze verhoging van 40% leverde € 480.000 aan extra inkomsten op.
In vergelijking met andere gemeenten op peildatum 2025 (dus inclusief de verhoging van 40%) is deze belasting in Almere hoog. Van de 342 gemeenten in Nederland hanteren 319 gemeenten toeristenbelasting. Voor een hotelovernachting zijn alleen Amsterdam en Utrecht duurder dan Almere en de gemeente Zoetermeer en Landsmeer zijn even duur. Voor een camping overnachting zijn negen gemeenten duurder dan Almere en drie gemeenten even duur.
Technisch gezien is een nieuwe verhoging echter mogelijk. Een verhoging van bijvoorbeeld 14,3% dus een vergoeding van 8% van de kamerprijs per overnachting, levert ongeveer € 240.000 aan extra inkomsten op.
Reclame en precario inkomsten – structureel € 2,1 miljoen
Deze activiteit bestaat voor het grootste gedeelte voor € 1,7 miljoen uit reclame-inkomsten en voor € 0,4 miljoen uit precariobelasting en de (nieuwe) leegstandbelasting. Deze inkomsten zijn slechts deels beïnvloedbaar.
De reclame-inkomsten kunnen wij beïnvloeden door binnen redelijke grenzen meer en/of andere reclame-uitingen toe te staan. Door de marktomstandigheden zitten hier echter wel grenzen aan. In 2024 hebben ongunstige marktomstandigheden juist geleid tot een verlaging van deze inkomsten. Omdat toen een contract van vijf jaar is afgesloten kunnen we op korte termijn ook geen extra reclame-inkomsten genereren.
Precariobelasting is een belasting voor het gebruik van gemeentegrond
Voor de precariobelasting bepalen wij zelf hoe we dit doen en hoeveel we hiervoor vragen. In Almere betaalt men op dit moment alleen precariobelasting voor tijdelijke en vaste standplaatsen. Tijdelijke zijn bijvoorbeeld standplaatsen voor het uitdelen van proefverpakkingen. Vaste standplaatsen zijn bijvoorbeeld marktkramen, oliebollenkramen en viskramen. Deze opbrengsten zijn ongeveer € 80.000 per jaar. Een verhoging van bijvoorbeeld 50% van het tarief zou dus € 40.000 opleveren.
Bij de Programmabegroting 2026 is besloten om vanaf 2027 een nieuwe precariobelasting in te voeren voor ondernemers die bouwmaterialen in de openbare ruimte willen plaatsen. Deze nieuwe precariobelasting komt naast de vergunning die deze ondernemers al moeten betalen. We verwachten dat deze nieuwe precariobelasting € 0,2 miljoen extra oplevert.
Het is mogelijk om meer voorwerpen in de precariobelasting te betrekken. In juni 2014 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen om precario op terrassen, uitstallingen, reclameborden en speeltoestellen af te schaffen. Achtergrond hiervan was dat de opbrengsten niet meer opwogen tegen de kosten. Deze afschaffing zou teruggedraaid kunnen worden. Hoeveel dit exact oplevert na aftrek van kosten zal moeten worden uitgezocht en hangt ook af van de tarieven. Mogelijk kan dit per saldo ongeveer € 0,2 miljoen opleveren.
Bij de Programmabegroting 2026 is besloten om vanaf 2027 een nieuwe leegstandbelasting in te voeren
De Tweede Kamer heeft in september 2025 een amendement aangenomen om gemeenten de mogelijkheid te geven een leegstandbelasting te heffen voor woningen die langer dan een jaar leeg staan. We schatten in dat dit jaarlijks € 0,15 miljoen extra oplevert, na aftrek van de kosten die we hiervoor moeten maken.
In totaliteit zijn de mogelijkheden voor deze activiteit dus beperkt en de werkelijke effecten van de nieuwe precariobelasting en de nieuwe leegstandbelasting moeten we ook nog afwachten.
Het opnieuw invoeren van hondenbelasting kan ongeveer € 1 miljoen opleveren
De hondenbelasting is een echte belasting. Gericht op het genereren van algemene middelen die onder het budgetrecht van de gemeenteraad vallen. Het is niet een heffing die bedoeld is om voorzieningen voor hondenbezitters te financieren. We hebben de hondenbelasting afgeschaft per 1 januari 2019. Dit hebben toen gedaan omdat er een trend was waarbij steeds meer gemeenten de hondenbelasting afschaften in de verwachting dat een landelijk belastingherziening op termijn de hondenbelasting zou afschaffen en vervangen door nieuwe vormen van belasting (bijvoorbeeld een ingezetenenbelasting). De hondenbelasting is afgeschaft in 2019 met tegelijkertijd het voornemen de toeristenbelasting in te voeren. In 2018 hebben we aan hondenbelasting voor het laatst € 1,2 miljoen ontvangen. Dit was inclusief kwijtscheldingsmogelijkheid voor de eerste hond.
We moeten rekening houden met het feit dat de herinvoering van deze belasting waarschijnlijk zal leiden tot meer bezwaren in de eerste paar jaren. Daarnaast is er meer controle en toezicht op straat nodig. We houden daarom ook rekening met perceptiekosten.
Er zal over een langere periode inspanning moeten worden geleverd om de administratie weer op te bouwen waarin de honden en eigenaren worden geregistreerd. Gezien de verwachte levensduur van honden is het bestand van 2018 verouderd en niet langer actueel. Ook geven niet alle inwoners hun hond aan voor de hondenbelasting. We kunnen een beroep doen op de integriteit van de inwoners door hen te informeren over de herinvoering van deze belasting en te vragen als zij informatie kunnen opleveren over het aantal honden dat zij in bezit hebben. We verwachten dat de opbrengsten een oplopende trend zullen volgen nadat de administratie hiervoor is ingericht en er actieve handhaving plaatsvindt.