Het saldo van baten en lasten is op dit programmaonderdeel als volgt:
bedragen x € 1 miljoen
omschrijving | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 |
|---|
1% tot 25% beïnvloedbaar | 67,2 | 61,2 | 62,6 | 63,2 |
|---|
25% tot 50% beïnvloedbaar | 4,7 | 4,6 | 4,7 | 4,8 |
|---|
75% tot 100% beïnvloedbaar | 0,0 | 0,0 | 0,0 | 0,0 |
|---|
totaal | 71,9 | 65,9 | 67,3 | 68,0 |
|---|
Beheer en onderhoud is beperkt beïnvloedbaar
Voor ruim € 60 miljoen wordt aangegeven dat dit beperkt beïnvloedbaar is (1-25%). Ongeveer € 5 miljoen is iets meer beïnvloedbaar (26-50%). Dit betreft Gladheidsbestrijding (€ 1 miljoen) en schoon (€ 4 miljoen). De openbare ruimte moet toegankelijk en veilig zijn, plus dat een lagere mate van schoon ook weer een niet gewenste uitwerking heeft op gedrag en gevoel van welzijn. De kwaliteit is wel een variabele.
Hoe kun je toch besparen op beheer en onderhoud
In de programmabegroting 2024 is aanvullend budget beschikbaar gesteld op basis van het SAMP, het Strategisch Assetmanagementplan. In dit plan is een begroting opgenomen voor groot onderhoud en vervangingsinvesteringen in de openbare ruimte. Het budget voor groot onderhoud is verhoogd van € 4 miljoen naar € 8 miljoen per jaar. Het budget voor vervangingsinvesteringen is verhoogd van € 15 miljoen per jaar en loopt op naar € 30 miljoen in 2032. Op dit moment werken we aan een actualisatie van het SAMP. De verwachting is dat dit zal leiden tot een aanvullende middelenvraag.
Als u wil besparen op beheer en onderhoud, dan zijn daar verschillende mogelijkheden. Die zijn alleen haalbaar onder duidelijke randvoorwaarden en brengen ook effecten met zich mee die bestuurlijk en politiek geaccepteerd moeten worden.
Een eerste mogelijkheid is het verlagen van het kwaliteitsniveau van het onderhoud. Het centrum van de stad wordt nu deels onderhouden op kwaliteitsniveau A, de woonwijken op kwaliteitsniveau B en de bedrijventerreinen op kwaliteitsniveau C. Bij de vorige bezuinigingsronde is in het centrum al versoberd op onderdelen als verlichting, meubilair en groen. Wanneer bijvoorbeeld het centrum volledig zou worden teruggebracht van kwaliteitsniveau A naar B, levert dat jaarlijks structureel ongeveer € 0,1 miljoen op. Mogelijk kunnen ook meer delen van Almere worden teruggebracht naar kwaliteitsniveau C. Daar staat tegenover dat hiervoor het huidige vastgestelde ambitieniveau naar beneden moet worden bijgesteld. Ook zal de gewenste beeldkwaliteit in Almere moeten worden verlaagd. Effecten zoals een lagere tevredenheid van inwoners en een toename van bewonersmeldingen zullen dan moeten worden geaccepteerd. Bovendien is het van belang dat eerst bestaande achterstanden in beheer en onderhoud zijn weggewerkt. Een mogelijke besparing op het dagelijks verzorgend onderhoud in een bandbreedte van € 0 tot € 2 miljoen is dan haalbaar.
Een tweede mogelijkheid is om kritisch te kijken naar het areaal. Denk daarbij aan het verminderen van het aantal bruggen, fietspaden, gescheiden verkeerstromen of busbanen. Dat betekent wel dat voorzieningen daadwerkelijk verdwijnen. Samen met Stadsruimte kan het besparingspotentieel hiervan nader worden gekwantificeerd, waarbij ook rekening wordt gehouden met lopende contracten en bestaande verplichtingen.
Tot slot kan ook in de ontwerp- en inrichtingsfase van de openbare ruimte op termijn veel worden bespaard. Wanneer daar meer aandacht is voor beheerbaarheid en onderhoud, kunnen toekomstige kosten worden beperkt. Dat kan bijvoorbeeld door meer uniformiteit aan te brengen in materialen en in het aantal verschillende assets. Denk aan het beperken van verschillende typen lichtmasten, het vermijden van gekleurd asfalt en het voorkomen van meerdere gescheiden bruggen naast elkaar Een meer beheergerichte inrichting aan de voorkant kan op de langere termijn leiden tot lagere onderhouds- en vervangingskosten.